Onrechtmatige daad

Het is een soort "vangnet"

De onrechtmatige daad is een veel gehoorde term. De onrechtmatige daad kan als een soort "vangnet" worden gezien. Schade die is veroorzaakt die niet in een overeenkomst is geregeld of lastig onder een ander wetsartikel kan worden geplaatst, kan soms toch als onrechtmatige daad worden gekwalificeerd. 

Onrechtmatige daad of niet?

Belangrijk is dat een onrechtmatige daad niet altijd betekent dat er sprake is van aansprakelijkheid en schadevergoeding. Daarvoor gelden meer vereisten.

Enkele voorbeelden

Voorbeeld 1

Een ex-werknemer is naast de onderneming waar hij werkzaam was een zelfde onderneming begonnen die een kopie is van de onderneming waar hij werkzaam was.

Voorbeeld 2

Iemand brengt schade toe aan uw eigendommen. 

Ook speelt de onrechtmatige daad een rol bij bijvoorbeeld bestuurdersaansprakelijkheid.

Absolute Advocaten kan u helpen!

Hulp nodig bij een vordering uit onrechtmatige daad? Bij Absolute Advocaten vindt u de juiste specialisten voor vragen over onrechtmatige daden. Deze kunnen voor u beoordelen of er sprake is van een onrechtmatige daad en of de schade verhaald kan worden of dat er andere vorderingen meer voor de hand. Voor verdere informatie kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen.

Aan 5 eisen moet voldaan zijn

  • er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad;

  • de onrechtmatige daad moet aan de dader zijn toe te rekenen;

  • er moet schade zijn;

  • er moet een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de schade;

  • de geschonden norm moet beschermen tegen de veroorzaakte schade (relativiteit).

Aansprakelijkheid en schadevergoeding

Het wetsartikel van de onrechtmatige daad bepaalt, kort gezegd, dat degene die een ander ten onrechte schade toebrengt, deze schade moet vergoeden. Met andere woorden: degene die de schade toebrengt, is aansprakelijk.

Uiteraard zijn er bepaalde eisen waaraan voldaan moet zijn, wil er sprake zijn van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Er zijn vijf vereisten:

  • er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad;

  • de onrechtmatige daad moet aan de dader zijn toe te rekenen;

  • er moet schade zijn;

  • er moet een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de schade;

  • de geschonden norm moet beschermen tegen de veroorzaakte schade (relativiteit).

De genoemde vereisten zullen hierna kort worden besproken.

Onrechtmatige daad

 De wet geeft drie redenen waarop een daad als onrechtmatig kan worden aangemerkt:

  • een inbreuk op een recht; of

  • een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht; of

  • een doen of nalaten in strijd met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer wordt goedgekeurd.

Het voorgaande klinkt wellicht wat cryptisch. Daarom enkele voorbeelden. Bij een inbreuk op een recht kan men denken aan de situatie dat iemand inbreuk maakt op een auteursrecht. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een boek onder een andere naam dan die van de auteur.

Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht is bijvoorbeeld een klant die goederen van een andermans bedrijf stiekem meeneemt. De klant pleegt daarmee diefstal en dat is in strijd met een wettelijke plicht.

Een doen of nalaten in strijd met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer wordt goedgekeurd is voor de praktijk de belangrijkste categorie. Hieronder vallen talloze onrechtmatigheden zoals bestuurdersaansprakelijkheid, hinder (geluidsoverlast), aansprakelijkheid van de overheid, beroepsfouten, onrechtmatige concurrentie etc.

Op voorgaande drie categorieën bestaat een uitzondering. Er is geen sprake van een onrechtmatige daad indien er een rechtvaardigingsgrond bestaat. Een rechtvaardigingsgrond is bijvoorbeeld aanwezig indien de benadeelde toestemming heeft gegeven voor de onrechtmatige daad, er sprake is van overmacht of noodweer.  

Toerekenbaarheid

Wanneer de onrechtmatige daad te wijten is aan de schuld van de dader of aan een andere oorzaak die volgens de wet of volgens de geldende opvattingen voor rekening van de dader hoort te komen, is deze toerekenbaar.

De vraag of een daad onrechtmatig is, bekijkt dus de handeling zelf en de vraag naar toerekenbaarheid bekijkt de dader.

Schade

Een aansprakelijkstelling als gevolg van een onrechtmatige daad heeft slechts zin indien het slachtoffer er nadeel van ondervindt en dus schade lijdt. Dit kan zijn vermogensschade of ander nadeel.

Onder vermogensschade valt geleden verlies en gederfde winst. Geleden verlies is bijvoorbeeld de reparatiekosten van krassen in een auto. Gederfde winst betekent dat wanneer de benadeelde vermogensvoordeel misloopt door de onrechtmatige daad, dit misgelopen vermogensvoordeel ook in aanmerking komt voor schadevergoeding (de bekraste auto was een oldtimer die tentoongesteld zou worden en daarvoor zou de eigenaar een vergoeding ontvangen welke hij nu misloopt).

Ander nadeel ziet op schade die niet bestaat uit vermogensschade. Voorbeelden zijn shockschade en letselschade.

Verder komen ook voor vergoeding in aanmerking de kosten die zijn gemaakt om de schade en aansprakelijkheid vast te stellen (bijvoorbeeld een deskundigenrapport), de kosten die gemaakt zijn om de schade buiten rechte verhaald te krijgen (incassokostenen de kosten die zijn gemaakt om verdere schade te voorkomen. Deze kosten dienen echter wel redelijk te zijn.

Causaal verband

Causaal verband wil zeggen dat de schade is ontstaan door de onrechtmatige daad en nergens anders door. Vaak wordt de vergelijking gebruikt: zou de schade er ook zijn indien de onrechtmatige daad niet was gepleegd? Is dit het geval, dan is er geen causaal verband, omdat de schade kennelijk door iets anders is veroorzaakt.

Het kan ook zijn dat bepaalde schade slechts deels in causaal verband staat met de onrechtmatige gedraging. Iemand rijdt bijvoorbeeld met een heftruck tegen een beveiligingsknop aan. Door deze knop komt de hele fabriek stil te liggen. Er zit echter een kortsluiting in het systeem waardoor er brand ontstaat en de fabriek in vlammen opgaat. Hoeveel van de schade is dan toe te schrijven aan de onrechtmatige daad (het tegen de beveiligingsknop aanrijden)?

Relativiteit

De laatste vereiste is het aanwezig zijn van relativiteit. Dit betekent dat de geschonden norm in het leven is geroepen tot bescherming van de schade die de benadeelde heeft geleden.

Een voorbeeld uit de rechtspraak is het "Duwbak Linda-arrest". Dit ging over een baggerschip met daarin een duwbak die "Linda" werd genoemd. Het schip lag in de maas aangemeerd, kapseisde en zonk. Dat het schip kapseisde en zonk bleek veroorzaakt te zijn door verroesting van de bodemplaat van de duwbak. Deze bak was echter door een ambtenaar van de Staat een jaar daarvoor nog goedgekeurd voor zeven jaar. Het baggerbedrijf stelt de Staat aansprakelijk. De Hoge Raad oordeelt echter dat het veiligheidsreglement op grond waarvan de keuring plaatsvond slechts strekt tot het bevorderen van de scheepvaart in algemene zin en niet strekt tot bescherming tegen vermogensschade van individuele belangen. Aan het relativiteitsvereiste is dus niet voldaan.

Enkele voorbeelden

De onrechtmatige daad is een veelomvattend begrip en biedt zeer vaak de grondslag voor een vordering. Enkele voorbeelden van vorderingen die op grond van onrechtmatige daad ingesteld kunnen worden zijn:

  • een geldvordering / schadevergoeding;

  • een verbod om iets te doen (bijvoorbeeld inbreuk maken op een auteursrecht);

  • een verklaring voor recht dat iets onrechtmatig is;

  • een gebod om juist wel iets te doen (bijvoorbeeld het weghalen van een onrechtmatig geplaatst hek).

Een afspraak maken