Buitenlandse werknemers

Een werkgever die buitenlandse werknemers in dienst heeft moet met meerdere dingen rekening houden. Zo zal hij moeten controleren of de werknemer een vergunning nodig heeft en of er wellicht een Nederlandse taaleis geldt. Ook moet hij zorgen voor een deugdelijke administratie en de overige regels van de Wet arbeid vreemdelingen naleven.

Belangrijke aandachtspunten

Aandachtspunten bij het inlenen van buitenlandse werknemers:

  • Controleer of de intermediair als zodanig staat ingeschreven in het handelsregister; dit kan met een Waadi-check. Is dit niet het geval, dan riskeren de inlener en de intermediair een boete.
  • De ingeleende werknemer moet minstens het minimumloon ontvangen en de werkgever moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden.
  • De intermediair is verantwoordelijk voor de afdracht van premies en belasting. Echter, bij het in gebreke blijven hiervan kan dit in sommige gevallen op de werkgever worden verhaald.
  • De werkgever is verantwoordelijk voor de juiste naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Bij overtreding hiervan kan een boete of sanctie worden opgelegd.

Wanneer een werkgever werkt met zzp'ers of freelancers uit het buitenland dan dient hij na te gaan of deze in Nederland mogen werken en verblijven als zelfstandige. Dit is te zien op het paspoort of de verblijfsvergunning van de zelfstandige. Voor zzp'ers van buiten de EER moet meestal een TWV worden aangevraagd.

Tewerkstellingsvergunning (TWV)

Ten eerste is belangrijk om na te gaan of de buitenlandse werknemer een nationaliteit heeft van één van de landen van de Europees Economische Ruimte (EER) of Zwitserland heeft. Deze werknemers mogen in Nederland zonder vergunning werken, omdat voor hen het vrij verkeer van werknemers geldt. Voor werknemers van buiten de EER of uit Kroatië gelden andere regels. Werknemers met de nationaliteit van een van de landen van de EER of Zwitserland mogen zonder vergunning in Nederland werken. Voor werknemers uit Kroatië, of een land buiten de EER, geldt dat de werkgever dient te beschikken over een TWV.

Werknemers van buiten de EER en Zwitserland

Een werkgever mag alleen iemand van buiten de EER of Zwitserland aannemen wanneer:

  • hij geen geschikte kandidaat kan vinden in een EER-land of Zwitserland;
  • de vacature minimaal vijf weken of drie maanden (voor een moeilijk vervulbare vacature) open staat;
  • de werkgever er alles aan heeft gedaan om personeel te vinden binnen de EER of Zwitserland.

Erkenning als referent

Wanneer u als werkgever gebruik maakt van kennismigranten of wetenschappelijk onderzoekers is erkenning als referent verplicht. Referenten zijn personen of organisaties die er belang bij hebben om vreemdelingen naar Nederland te halen. Als een werkgever regelmatig personeel voor langer dan drie maanden uit buiten de EER haalt, dan kan hij zich vrijwillig laten erkennen. Voor erkenning moet een procedure worden doorlopen bij de IND.

Taaleis

Wanneer een buitenlandse werknemer (tijdelijk) een risicovol beroep, zoals het werken met asbest, uitoefent dan geldt er een taaleis. De arbeidskracht moet de Nederlandse taal voldoende beheersen om het werk veilig te kunnen uitvoeren en ongelukken te voorkomen. Zowel aan de werkgever als aan de buitenlandse werknemer kan een boete worden opgelegd wanneer niet aan deze taaleis wordt voldaan. 

Inlenen van buitenlandse werknemers

Wanneer een werkgever een intermediair (zoals een uitzendbureau) inschakelt om personeel van buiten de EER in te lenen dan dient de intermediair de vergunning aan te vragen. De werkgever is er echter wel zelf verantwoordelijk voor of de ingeleende arbeidskracht een vergunning heeft. De werkgever is tevens verplicht een kopie van het identiteitsbewijs van de medewerker in de administratie op te nemen. Deze kopie moet worden bewaard tot vijf jaar na beëindiging van de werkzaamheden. Wanneer de inspectie SWZ vraagt om bewijs om de identiteit van de arbeidskracht vast te stellen moet de werkgever binnen 48 uur een kopie van het ID kunnen verstrekken.

Een afspraak maken