Wet Flexibel Werken WFW

Thuiswerken, werktijden of aantal uur

Het recht op thuiswerken, aanpassing van de werktijden of wijziging van het aantal uren is vastgelegd in de Wet Flexibel Werken (WFW).

Thuiswerken

Een werknemer kan aan de werkgever een verzoek doen tot wijziging van de arbeidsplaats (bijvoorbeeld een verzoek op thuis te werken). Dit verzoek mag de werkgever afwijzen, maar deze afwijzing moet hij wel onderbouwen. De werkgever dient het verzoek serieus te nemen en hierover in overleg te treden met de werknemer.

Wet Flexibel Werken

Andere werktijden of arbeidsduur

Naast een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats, kan een werknemer ook verzoeken om andere werktijden of een andere arbeidsduur. Wanneer een werkgever een dergelijk verzoek wil afwijzen, gelden er strengere eisen. Een werkgever mag een verzoek om aanpassing van de werktijden of arbeidsduur slechts afwijzen als hij daarvoor een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft.

Bij vermindering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermindering leidt tot ernstige problemen:

  • voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;
  • op het gebied van de veiligheid, of
  • van roostertechnische aard.

Bij vermeerdering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermeerdering leidt tot ernstige problemen:

  • van financiële of organisatorische aard;
  • wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of
  • omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is.

Bij aanpassing van de werktijd is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien de aanpassing leidt tot ernstige problemen:

  • op het gebied van veiligheid;
  • van roostertechnische aard; of
  • van financiële of organisatorische aard.

Welke eisen stelt de Wet Flexibel Werken aan het indienen van een verzoek

Niet iedere werknemer kan een verzoek tot het wijzigen van arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd indienen. Voorwaarden zijn:

  1. de werknemer dient minstens 26 weken (een half jaar) in dienst te zijn voor hij een dergelijk verzoek kan indienen.
  2. het verzoek om wijziging dient minstens twee maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang van de wijziging door de werknemer bij de werkgever te worden ingediend.

Heeft de werkgever het verzoek van de werknemer afgewezen, dan mag de werknemer pas een jaar later opnieuw een verzoek indienen.

Beslissingstermijn werkgever

De werkgever dient ten minste één maand voor het beoogde tijdstip van ingang van de wijziging te beslissen op het verzoek van de werknemer. Wanneer de werkgever niet of niet tijdig beslist, gaat de wijziging in conform de wensen van de werknemer.

De werkgever is overigens bevoegd op zijn beslissing terug te komen indien sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die zijn opgekomen na de beslissing of aanpassing.

Kleine werkgevers

Kleine werkgevers, met minder dan 10 werknemers, zijn uitgezonderd van de Wet flexibel werken. Het recht van de werknemer om één keer per jaar te verzoeken om aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd, geldt hiervoor dus niet.

Kleine werkgevers dienen wel een regeling te treffen voor het recht op wijziging van de arbeidsduur. Beschikt een kleine werkgever niet over zo’n regeling, dan kan de wet alsnog van toepassing zijn op verzoeken van werknemers ten aanzien van aanpassing van de arbeidsduur.

Een afspraak maken