Vrije dagen

Minimaal aantal vakantiedagen

Het minimaal aantal vakantiedagen waarop een werknemer over één jaar recht heeft, bedraagt viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week. Wanneer de arbeidsduur uitgedrukt is in uren dan geldt als minimum viermaal het gemiddelde aantal overeengekomen arbeidsuren per week.

Bij een werkweek van vijf dagen heeft een werknemer dus recht op twintig (wettelijke) vakantiedagen per jaar.

Vrije dagen en vakantiedagen

Periode opbouw dagen

Als uitgangspunt geldt dat vakantiedagen alleen worden opgebouwd over de periode waarin de werknemer recht heeft op loon. Verricht een werknemer zijn werkzaamheden niet, dan wordt er geen vakantie opgebouwd over die periode. Echter, er bestaan hierop tal van uitzonderingen. Zo wordt bij ziekte of zwangerschapsverlof, maar ook bij op non-actiefstelling wel vakantie opgebouwd omdat gedurende deze periode een loonaanspraak bestaat.

Feestdagen

Met betrekking tot de nationaal erkende (christelijke) feestdagen zoals Koningsdag, Nieuwjaarsdag en Kerst is vaak een vakantieregeling opgenomen in een cao of publiekrechtelijke regeling, die sterk kan verschillen per sector. In zo'n vakantieregeling staat op welke feestdagen de werknemers al dan niet vrij zijn en of zij hiervoor een vrije dag moeten inleveren. Ook kan zo'n regeling een verplichte vakantieperiode aangeven (bijvoorbeeld de bouwvak). Echter, het uitgangspunt is dat wanneer niets is geregeld een werknemer niet verplicht kan worden vrij te nemen en een werkgever niet verplicht is een werknemer vrij te geven. Vaak ontstaat er verwarring over Bevrijdingsdag op 5 mei. Hiervoor geldt ook dat een werkgever niet verplicht is zijn werknemers op deze dag vrij te geven maar de Stichting van de Arbeid beveelt werkgevers aan dit eens in de vijf jaar te doen. Over het algemeen houden werkgevers zich aan deze aanbeveling maar een werknemer kan een vrije dag slechts afdwingen wanneer dit in de arbeidsovereenkomst of in de cao is opgenomen. Natuurlijk staat het hem vrij om een verzoek tot een vrije dag in te dienen.

Bovenwettelijke vakantiedagen

Naast de wettelijke vakantiedagen kan een werknemer recht hebben op meer vakantie-uren doordat dit in de arbeidsovereenkomst of in de cao is opgenomen. Alle vakantiedagen boven het wettelijke minimum worden de bovenwettelijke vakantiedagen genoemd. Voor de opbouw van bovenwettelijke vakantiedagen kunnen andere regels gelden dan voor de opbouw van wettelijke vakantiedagen.

Opnemen van vakantiedagen

De werkgever is verplicht de werknemer in de gelegenheid te stellen om ten minste de wettelijke vakantiedagen op te nemen. De vaststelling van de aangesloten vakantie en van snipperdagen gebeurt op initiatief van de werknemer, waarbij de werkgever, met name ten aanzien van de wettelijke vakantiedagen, slechts in een beperkt aantal gevallen kan weigeren.

Wettelijke vakantiedagen opgebouwd ná 2012 moeten binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin zij zijn opgebouwd worden opgenomen, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Het gaat hier om een vervaltermijn, wat betekent dat deze termijn niet kan worden verlengd (gestuit). In de arbeidsovereenkomst kan een langere vervaltermijn worden overeengekomen. Voor wettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd vóór 2012 geldt dat zij een verjaringstermijn hebben van vijf jaar, en lopen dus af eind 2016. Ook bovenwettelijke vakantiedagen hebben een verjaringstermijn van vijf jaar (ongeacht of ze zijn opgebouwd vóór of na 2012). Wettelijke vakantiedagen kunnen, behalve na beëindiging van het dienstverband, niet worden afgekocht en vervallen wanneer zij niet binnen de daarvoor gestelde termijn worden opgenomen. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen wel voor afkoop in aanmerking komen. De verjaringstermijn kan wel worden gestuit, waardoor er een nieuwe termijn van vijf jaar begint.

Een afspraak maken