Wanbeleid en de enquêteprocedure

Wanbeleid en de enquêteprocedure

Wanbeleid door bestuur

Indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid door bijvoorbeeld het bestuur, kan een onderzoek naar mogelijk wanbeleid worden verzocht. Van wanbeleid kan bijvoorbeeld sprake zijn als het bestuur onverantwoorde risico’s heeft genomen.

De enquêteprocedure

Een enquêteprocedure is een specifieke procedure gericht op het beleid en de gang van zaken bij een rechtspersoon. Ondanks dat de procedure lang kan duren, zitten er vele voordelen aan.

Onze diensten

Absolute Advocaten kan u adviseren over de enquêteprocedure of over andere mogelijke oplossingen. Voor informatie kunt u vrijblijvend contact opnemen.

Wie kunnen een verzoek indienen?

Niet iedereen kan een verzoek indienen tot het instellen van een onderzoek. Tot het indienen van een verzoek zijn bevoegd:

  1. Indien het een vereniging, een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij betreft: tenminste 300 leden of 1/10e gedeelte van het aantal leden;
  2. Indien het een N.V. of een B.V. betreft met een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen: de aandeelhouders of certificaathouders die ten minste  10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen;
  3. Indien het een N.V. of een B.V. betreft met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen: de aandeelhouders of certificaathouders die tenminste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen;
  4. De rechtspersoon zelf;
  5. Degene aan wie daartoe de bevoegdheid is toegekend bij de statuten of bij overeenkomst met de rechtspersoon;
  6. De ondernemingsraad.

Enquêteprocedure

Het Nederlandse recht kent een bijzondere procedure indien er twijfels zijn bij het beleid en de gang van zaken van een vennootschap. Het gaat dan met name om het beleid dat wordt gevoerd door het bestuur. Indien men vermoedt dat sprake is van wanbeleid, kan een enquêteprocedure gestart worden.   

Een enquêteprocedure wordt aanhangig gemaakt bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. De Ondernemingskamer heeft specifieke kennis van het vennootschapsrecht en ook deskundigen hebben zitting in de Ondernemingskamer (bijvoorbeeld registeraccountants).

Verzoek aan de Ondernemingskamer

Een enquêteprocedure wordt ingeleid met een verzoekschrift. De verzoeker vraagt dan aan de Ondernemingskamer om een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon. Er kan gevraagd worden om een onderzoek naar de gang van zaken en het beleid van een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, N.V. of B.V. De verzoeker dient wel eerst zijn bezwaren kenbaar te maken aan het bestuur en de raad van commissarissen en een zodanige termijn te geven dat de rechtspersoon de gelegenheid heeft gehad de bezwaren te onderzoeken. Doet de verzoeker dit niet, dan wordt deze niet-ontvankelijk verklaard en zal het verzoek niet behandeld worden.

Procedure

Na het indienen van het verzoekschrift kan iedere belanghebbende (bijvoorbeeld aandeelhouders en bestuurders) schriftelijk reageren op het verzoek. Daarna zal er een zitting plaatsvinden, waarbij beide partijen hun standpunten mondeling kunnen toelichten. Tenslotte neemt de Ondernemingskamer een beslissing.

De Ondernemingskamer dient te beoordelen of er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. Indien de Ondernemingskamer van mening is dat dit het geval is, zal zij een onderzoek gelasten. Er wordt dan een onderzoeker benoemd. De kosten van het onderzoek zijn in eerste instantie voor de rechtspersoon, maar kunnen afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek worden afgewenteld op bijvoorbeeld de verzoeker. De onderzoeker heeft veel bevoegdheden. Hij krijgt toegang tot de administratie, kan getuigen horen en alle betrokkenen bij de rechtspersoon zijn verplicht tot medewerking. De Ondernemingskamer zal aangeven op welke periode en op welke aspecten het onderzoek precies dient te zien.

Voorzieningen bij wanbeleid

Indien uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van wanbeleid, kan de verzoeker of kunnen andere betrokkenen, de Ondernemingskamer vragen om binnen twee maanden vast te stellen dat er inderdaad sprake is van wanbeleid. Daarbij kan de verzoeker ook vragen om bepaalde voorzieningen te treffen. Indien de Ondernemingskamer wanbeleid vaststelt en er is verzocht om een voorziening, kan de hij de volgende voorzieningen treffen:

  1. schorsing of vernietiging van een besluit van de bestuurders, van commissarissen, van de algemene vergadering of van enig ander orgaan;
  2. schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen;
  3. tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen;
  4. tijdelijke afwijking van bepalingen van de statuten;
  5. tijdelijke overdracht van aandelen in het kader van beheer;
  6. ontbinding van de rechtspersoon.

Voorlopige voorzieningen

De procedure en het onderzoek kunnen lang duren. Vaak is het gewenst om op korte termijn uit een impasse te geraken. Groot voordeel is dat de Ondernemingskamer de mogelijkheid heeft om gedurende de procedure en het onderzoek voorlopige voorzieningen te treffen. Er is geen opsomming van de mogelijke voorzieningen, zodat vele mogelijkheden openstaan.  Bijvoorbeeld hiervoor genoemde, maar ook het schorsen van het stemrecht van een aandeelhouder. Een voorlopige voorziening mag slechts worden toegewezen indien dit in het belang is van het onderzoek of het belang van de rechtspersoon dit vergt.

Rechtsmiddelen

Tegen een uitspraak van de Ondernemingskamer kan cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad. Cassatie heeft geen schorsende werking, zodat hangende cassatie de uitspraak in stand blijft. De getroffen voorzieningen moeten worden nageleefd.

Een afspraak maken